
Onlangs werden meer dan 40 landen geconfronteerd met "hongerrellen" vanwege de sterke stijging van de voedselprijzen. Deze opstanden zijn slechts de zichtbare kant van een veel diepgaander probleem. Volgens de VN kunnen bijna 100 miljoen mensen worden toegevoegd aan de 850 miljoen die al vóór de crisis aan ondervoeding leden. Voedselonzekerheid is niet tijdelijk maar structureel.
Het aantal mensen dat lijdt aan ondervoeding in de ontwikkelingslanden neemt toe sinds het midden van de jaren 1990. Als het probleem voordien vooral gerelateerd was aan de slechte distributie van levensmiddelen, lijkt het vandaag dat de productie niet meer kan voldoen aan alle behoeften voor de komende jaren. De oorzaken zijn uiteenlopend: de toegenomen vraag uit opkomende landen (China, Brazilië, India), de vermindering van landbouwgrond bestemd voor voedselproductie, de structurele aanpassingsprogramma's van internationale financiële instellingen (IMF, Wereldbank), die ertoe geleid hebben dat de landen met de meeste schulden een uitvoercultuur moeten ontwikkelen en de levensmiddelen die zij nodig hebben moeten invoeren, de liberalisatie van de markt en de afschaffing van prijsregulering.
De verdeling van dringende voedselhulp, is niet genoeg.
We moeten de diepere oorzaken van het probleem aanpakken: minder energie verbruiken en de consumptie verminderen; versterking van de plattelandsontwikkeling en steun aan de voedselproductie in arme landen om de lokale productie te verbeteren, de regels voor internationale handel eerlijker maken.
Voedsel is een té kostbare uitdaging opdat de productie en de regulering van de voorraden alleen onderworpen zou zijn aan de regels van de markt.
Het is aan de staten zelf om te waken over het voedsel van hun bevolking. Dit beleid moet op vlak van milieu, economie, cultuur en op sociaal vlak aangepast worden aan elke specifieke context en de voedselsoevereiniteit van andere landen niet bedreigen.
Voedselsoevereiniteit omvat: het recht op kwalitatieve voedingsmiddelen die cultureel zijn aangepast, het recht op een fatsoenlijk inkomen waarbij de agrarische prijzen de productiekosten dekken en het mogelijk maken respectabel te leven van zijn agrarische activiteiten, het toegangsrecht tot productiemiddelen (land, water, grondstoffen, krediet, ...) ; het recht op bescherming en regulering van de productie van landbouwhandel om zo te voldoen aan de verwachtingen van de maatschappij en tegelijkertijd het milieu te respecteren.
Onze selectie websites met documenten, films en andere pedagogische bronnen over voedselsoevereiniteit :
> Présentation de la campagne Campus Plein Sud 2009
> Dépliant souveraineté alimentaire
> Panneau « Au Sud : une crise alimentaire prévisible » : een algemene presentatie van de problematiek
> Plate-forme souveraineté alimentaire : platform Voedselsoevereiniteit groepeert boerenorganisaties en landbouworganisaties, organisaties voor internationale solidariteit, milieu-en consumentenorganisaties.
> FAO - Organisation des Nations unies pour l’alimentation et l’agriculture
> Annoncer la couleur : annoncer la couleur richt zich op het sensibiliseren van jongeren vanaf 12 jaar en op vragen rond ontwikkeling en internationale solidariteit. Het biedt leerkrachten en maatschappelijk werkers verschillende middelen en activiteiten om deze problemen met hun jongeren te bespreken.
> Ritomo : Ritimo is een Frans informatienetwerk gespecialiseerd in internationale solidariteit.